Header OverviewPage
Blog

Loonheffingskorting in 2026: wel of niet toepassen?

June 18, 2026 · Lindy van de Kerkhof
De loonheffingskorting verlaagt de belasting op je salaris, maar bij meerdere inkomens of een verkeerde keuze volgt een naheffing. Wat verandert er in 2026, en wanneer kun je de korting beter uitzetten? Een praktische analyse voor werkgevers en werknemers.
Blog

Wesselman ziet in de praktijk bij mkb- en familiebedrijven dat de loonheffingskorting vaak als een eenvoudig vinkje wordt behandeld, terwijl je die maar bij één werkgever of uitkeringsinstantie tegelijk mag laten toepassen. Doe je dat bij meerdere inkomens, dan houdt elke inhoudingsplichtige te weinig belasting in en volgt later een naheffing; in 2026 wordt dat risico eerder groter dan kleiner, omdat de berekening aansluit bij het verzamelinkomen en de maximale algemene heffingskorting uitkomt op € 3.115. Daarom zetten we eerst kort op een rij hoe de loonheffingskorting werkt en waar het in de praktijk misgaat.

Loonheffingskorting in 2026: wel of niet toepassen?

25.

  • Toepassen mag bij slechts één werkgever of uitkering tegelijk.
  • Boven een verzamelinkomen van € 29.736 neemt de korting af; te veel ontvangen korting betaal je altijd terug.
  • Sinds 2025 telt het verzamelinkomen (box 1, 2 én 3) mee, niet alleen je salaris.
  • Werkgevers vinden alle actuele bedragen in het Handboek Loonheffingen 2026 van de Belastingdienst.

Introductie

Wesselman ziet bij mkb- en familiebedrijven dat een verkeerd aangevinkte loonheffingskorting zelden opvalt op de loonstrook, maar wel pijnlijk terugkomt bij de aangifte. Een werknemer met een tweede baan, een dga die ook pensioen ontvangt, een medewerker die in de loop van het jaar van werkgever wisselt: in al die gevallen schuilt het risico in een detail dat niemand bewust kiest.

De vraag "wel of niet toepassen" lijkt simpel. Toch zit er meer achter dan één vinkje. Want de korting wordt berekend over je hele inkomen, niet over één dienstverband. En in 2026 is de rekensom veranderd: niet langer alleen je salaris telt, maar je verzamelinkomen over alle drie de boxen.

Voor werkgevers raakt dit direct de compliance. Een fout in de loonadministratie betekent niet alleen vervelende correcties voor de medewerker, maar ook vragen aan jou als inhoudingsplichtige. Dit stuk laat zien wanneer toepassen verstandig is, wanneer juist niet, en hoe je als werkgever grip houdt op de regels van 2026.

Wat is de loonheffingskorting en hoe werkt het in 2026?

De loonheffingskorting is de korting die een werkgever of uitkeringsinstantie verrekent in de loonbelasting, zodat een werknemer netto meer overhoudt. Het is geen apart bedrag dat je krijgt uitbetaald, maar een verlaging van de in te houden belasting.

Welke kortingen zitten erin

De loonheffingskorting bundelt vooral de algemene heffingskorting en de arbeidskorting. Volgens de Rijksoverheid bedraagt de maximale algemene heffingskorting in 2026 € 3.115, tegen € 3.068 in 2025. De korting geldt voor iedereen die in Nederland loon- of inkomstenbelasting betaalt, of je nu werknemer, zelfstandige of gepensioneerde bent.

De grote wijziging: verzamelinkomen telt

Het belangrijkste om te snappen voor 2026: de hoogte van de algemene heffingskorting hangt sinds 2025 niet meer af van je inkomen uit werk en woning alleen. Volgens de Rijksoverheid telt nu het verzamelinkomen, dus het gecombineerde inkomen in box 1, 2 en 3. Een dga met een aanmerkelijk belang of een spaarder met box 3-vermogen kan daardoor een lagere korting hebben dan zijn salaris alleen zou suggereren.

Minder inflatiecorrectie dan je denkt

De bedragen stijgen, maar minder hard dan de inflatie. De inflatiecorrectie is voor 2026 maar voor circa 52,8% toegepast, zo'n 1,53% in plaats van de wettelijke 2,9%. Het gevolg: belastingschijven en kortingen schuiven minder ver op, waardoor je effectief net iets meer belasting betaalt. Dit verklaart waarom een loonsverhoging in 2026 minder netto oplevert dan veel medewerkers verwachten.

Zelf aan de slag:

  • Controleer of de loonheffingskorting in je salarispakket op de juiste verzamelinkomen-grondslag staat ingesteld.
  • Heeft een medewerker box 2- of box 3-inkomen? Wijs hem dan op mogelijke verschillen tussen voorheffing en definitieve aanslag.
  • Gebruik de actuele bedragen uit het Handboek Loonheffingen 2026 als naslagwerk bij twijfel.

Waarom zou je de loonheffingskorting niet toepassen?

De korting niet toepassen is verstandig zodra je een tweede inkomstenbron hebt waar de korting al loopt. Je mag de loonheffingskorting maar bij één werkgever of uitkeringsinstantie tegelijk laten toepassen. Doe je het bij twee, dan houdt geen van beide voldoende belasting in.

Wat is de loonheffingskorting en hoe werkt het in 2026?

Twee banen, één korting

Stel: een medewerker bij een logistiek bedrijf werkt daarnaast in de horeca. Bij beide werkgevers staat de korting aan. Volgens Carrieretijd wordt er dan bij beide te weinig belasting ingehouden. Het gevolg is een naheffing die kan oplopen tot honderden of zelfs duizenden euro's. De medewerker heeft maandenlang een net iets te hoog nettoloon gehad en moet dat in één keer terugbetalen.

De afbouwgrens van € 29.736

Bij meerdere inkomens stijgt het risico extra. De Belastingdienst rekent de korting over je totale inkomen, en boven € 29.736 neemt de algemene heffingskorting af. Wie twee inkomens heeft die samen boven die grens uitkomen, krijgt via de loonbelasting meer korting dan waar hij uiteindelijk recht op heeft. Te veel ontvangen korting moet altijd worden terugbetaald.

Pensioen en AOW erbij

Gepensioneerden lopen hetzelfde risico. Wie AOW van de SVB ontvangt én aanvullend pensioen, heeft vaak twee uitkeringsinstanties. Zet je bij allebei de korting aan, dan ontstaat hetzelfde tekort. Doorgaans is het verstandig de korting te laten toepassen bij de instantie die het hoogste inkomen uitbetaalt, omdat de korting daar het volledigst kan worden benut.

Zelf aan de slag:

  • Heeft een medewerker meerdere dienstverbanden? Laat de korting alleen aanstaan bij het hoogste inkomen.
  • Tellen twee inkomens samen boven € 29.736? Reken voor dat de afbouw niet tot een naheffing leidt.
  • Adviseer medewerkers met AOW plus pensioen om de korting bij de hoogste uitkering te concentreren.
  • Wijzig de korting via een nieuwe opgave; het kan elk moment in het jaar.

Wel of geen loonheffingskorting: wat is gunstiger?

Voor wie maar één inkomen heeft, is het antwoord eenvoudig: toepassen levert direct netto voordeel op zonder risico op naheffing. Het wordt complexer zodra er een tweede bron in beeld komt. Onderstaande tabel zet de meest voorkomende situaties naast elkaar.

Een vergelijking van scenario's

SituatieKorting toepassen?Risico op naheffingAandachtspunt
Eén baan, geen ander inkomenJa, bij die werkgeverZeer laagStandaardkeuze
Twee banen samen onder € 29.736Bij hoogste inkomenLaag tot matigReken afbouw na
Twee banen samen boven € 29.736Bij hoogste inkomenHoog bij dubbel aanzettenTe veel korting terugbetalen
AOW plus aanvullend pensioenBij hoogste uitkeringMatig tot hoogSVB en pensioenfonds afstemmen
Dga met salaris plus box 2/3Ja, bij eigen bvMatigVerzamelinkomen drukt korting

Liever uitzetten en bijbetalen

Sommige medewerkers kiezen er bewust voor de korting bij beide banen uit te zetten. Dan houdt elke werkgever het volle tarief in en volgt er via de aangifte een teruggave in plaats van een naheffing. Dat voelt veiliger, maar betekent ook een lager nettoloon gedurende het jaar. Het is een liquiditeitskeuze: nu meer in handen met risico, of later afrekenen met zekerheid.

De dga-situatie

Voor de dga met salaris uit de eigen bv plus inkomen in box 2 of box 3 telt het verzamelinkomen flink mee. De bv past de loonheffingskorting toe over het salaris, maar de definitieve korting valt vaak lager uit door het overige inkomen. Wesselman combineert hier de loonheffingen en de aangifte inkomstenbelasting zodat voorheffing en eindafrekening op elkaar aansluiten. Wie hier scherp op stuurt, voorkomt dat een ogenschijnlijk gunstige loonstrook later tot een fikse aanslag leidt. Hoe loonheffingen en aangifte samenhangen werkt Wesselman verder uit in een overzicht van de loonheffingen-dienstverlening.

Zelf aan de slag:

  • Eén inkomen onder de afbouwgrens? Korting altijd toepassen, geen reden om te wachten.
  • Twijfel je tussen veiligheid en cashflow? Zet de korting uit en reken op een teruggave bij de aangifte.
  • Dga met meerdere inkomensbronnen? Laat voorheffing en aangifte op elkaar afstemmen.

Hoe verminder je de loonheffing zonder fouten te maken?

De loonheffing verlagen kan op een legitieme manier, maar de meeste "besparingen" die mensen zoeken zijn in werkelijkheid uitgestelde belasting. Echte verlaging zit in het benutten van vrijstellingen en regelingen, niet in het oprekken van de korting.

Waarom zou je de loonheffingskorting niet toepassen?

Benut de werkkostenregeling

Voor werkgevers ligt de grootste ruimte in de werkkostenregeling (WKR). Via de vrije ruimte en gerichte vrijstellingen kun je vergoedingen en verstrekkingen onbelast aanbieden, wat de loonheffing over die componenten wegneemt. Een productiebedrijf met 80 medewerkers dat reiskosten, thuiswerkvergoeding en een fietsplan netjes onder de WKR brengt, verlaagt de belastingdruk legaal in plaats van te schuiven met kortingen die later terugkomen.

Zorg dat de loonadministratie klopt

De duurste fouten ontstaan niet door agressieve constructies, maar door slordigheden. Een ontbrekend identiteitsbewijs, een verkeerd contracttype of een korting die per ongeluk dubbel aanstaat: dit zijn precies de missers die Wesselman beschrijft in een analyse van welke loonheffingsfouten werkgevers het meest kosten. Het anonieme tarief van 52% kan zomaar van toepassing zijn als gegevens ontbreken, wat veel duurder uitpakt dan een misgelopen korting.

Uitbesteden waar het ingewikkeld wordt

Naarmate een bedrijf groeit, worden de regels rond loonheffingen lastiger bij te houden. Voor veel mkb-bedrijven in Eindhoven, Helmond en Veldhoven is dit het moment om de salarisadministratie geheel of deels uit te besteden. Een specialist houdt bij welke bedragen en percentages per 1 januari wijzigen, en zorgt dat de juiste loonheffingskorting bij de juiste medewerker staat. Dat scheelt correcties én gesprekken met medewerkers die schrikken van een naheffing.

Zelf aan de slag:

  • Loop je vrije ruimte WKR na: benut je die volledig of laat je onbelaste ruimte liggen?
  • Controleer per nieuwe medewerker of identiteitsbewijs en opgave loonheffingskorting compleet zijn.
  • Twijfel je over het anonieme tarief? Check of alle persoonsgegevens correct zijn vastgelegd.
  • Groeit je personeelsbestand boven de 25 medewerkers? Weeg uitbesteding van de salarisadministratie.

Praktijkvoorbeeld: een familiebedrijf met losse eindjes

Stel je een typisch accountancy- en advies-scenario voor.

Een familiebedrijf in de regio Eindhoven, een installatiebedrijf met ongeveer 40 medewerkers, klopt aan met een terugkerend probleem. Drie medewerkers hebben in het afgelopen jaar een naheffing gekregen. Eén werkt er parttime bij een ander bedrijf, een ander is in de loop van het jaar overgestapt, en een derde ontvangt naast het salaris een kleine WIA-uitkering.

Bij alle drie stond de loonheffingskorting per ongeluk dubbel aan: bij het installatiebedrijf én bij de tweede bron. De medewerkers hadden maandenlang een fractie te veel nettoloon ontvangen. Toen de aanslagen binnenkwamen, ontstond onrust op de werkvloer en kreeg de directeur de vraag: "Klopt onze administratie wel?"

Wat Wesselman aantrof

Bij de doorlichting bleek het patroon herkenbaar. De korting werd standaard aangezet bij indiensttreding, zonder te vragen of er een ander inkomen liep. De systeeminstelling rekende bovendien nog op de oude grondslag, niet op het verzamelinkomen dat sinds 2025 geldt. Geen kwade opzet, wel een gat in het proces.

De aanpak

Wesselman bracht eerst per medewerker in kaart wie meerdere inkomsten had en stemde de korting af op de instantie met het hoogste inkomen. Daarna werd het onboardingproces aangepast: bij elke nieuwe medewerker volgt nu standaard de vraag naar nevenwerk of uitkeringen. Tot slot werd de salarissoftware op de actuele bedragen van het Handboek Loonheffingen 2026 ingeregeld, zodat de afbouw boven € 29.736 correct meeloopt.

Resultaten en voordelen

Na de aanpak in het praktijkvoorbeeld verdwenen de naheffingen voor nieuwe gevallen. De resultaten zijn kwalitatief beschreven, omdat exacte cijfers per situatie verschillen, maar de richting was duidelijk meetbaar.

Wel of geen loonheffingskorting: wat is gunstiger?

Minder correcties, meer rust

De belangrijkste winst zit in voorspelbaarheid. Medewerkers die vooraf weten dat de korting maar bij één werkgever loopt, krijgen geen verrassing meer bij de aangifte. Voor de werkgever betekent dit minder vragen, minder correctieberichten en een betrouwbaarder loonadministratie. In de praktijk zien bedrijven die hun onboardingproces op dit punt aanscherpen doorgaans een flinke daling van het aantal loonkortingsfouten binnen één tot twee loonjaren.

Compliance als uitgangspunt

De meerwaarde van een gestructureerde aanpak is dat de regelgeving vooraan staat in plaats van als sluitstuk. Wesselman combineert de loonheffingenpraktijk met fiscaal advies, zodat de loonstrook en de aangifte inkomstenbelasting op elkaar aansluiten. Voor dga's en familiebedrijven die ook met opvolging bezig zijn, voorkomt dit dat losse fiscale eindjes zich opstapelen. Wie dat breder wil oppakken, vindt in waarom estate planning niet tot 2027 moet wachten een logisch vervolg.

Vier meetbare verbeterpunten

  • Minder naheffingen voor medewerkers met meerdere inkomens.
  • Lagere foutmarge in de loonadministratie door een vaste onboardingvraag.
  • Snellere afhandeling van de jaarlijkse aanpassing per 1 januari.
  • Minder tijd kwijt aan correctieberichten en uitleg aan medewerkers.

Belangrijkste inzichten

De kern: de loonheffingskorting is geen vinkje dat je standaard aanzet, maar een keuze die afhangt van het totale inkomensplaatje. Bij één inkomen onder de afbouwgrens is toepassen vrijwel altijd gunstig. Bij meerdere inkomens is afstemmen op de hoogste bron de veilige route.

Drie regels om te onthouden

  1. Pas de korting maar bij één werkgever of uitkering tegelijk toe.
  2. Houd rekening met de afbouw boven € 29.736 en met het verzamelinkomen.
  3. Te veel ontvangen korting betaal je altijd terug, het is uitstel, geen voordeel.

Voor werkgevers blijft compliance leidend

Als inhoudingsplichtige ben je niet verantwoordelijk voor de aangifte van je medewerker, maar wel voor een correcte verwerking. Een proces dat bij elke nieuwe medewerker naar nevenwerk vraagt, dekt het grootste deel van het risico af. De rest zit in het bijhouden van wijzigingen, waarvoor het Handboek Loonheffingen 2026 het officiële naslagwerk is.

Zelf aan de slag:

  • Leg een vaste onboardingvraag vast over nevenwerk en uitkeringen.
  • Plan jaarlijks een check van de loonheffingskorting per medewerker, bij voorkeur in januari.
  • Stem bij dga's en familiebedrijven de voorheffing af op de aangifte inkomstenbelasting.

Veelgestelde vragen

Is het verstandig om loonheffingskorting aan te vragen?

Bij één inkomen vrijwel altijd. Heb je maar één baan of uitkering, dan levert de korting direct netto voordeel op zonder risico. Pas op zodra er een tweede inkomstenbron bijkomt: dan mag de korting maar bij één bron lopen, anders volgt een naheffing.

Waarom zou je loonheffingskorting niet toepassen?

Om een naheffing te voorkomen. Wie de korting bij twee werkgevers tegelijk aanzet, betaalt bij beide te weinig belasting en moet dat verschil later terugbetalen, soms honderden tot duizenden euro's. Boven een verzamelinkomen van € 29.736 bouwt de algemene heffingskorting bovendien af, waardoor het tekort sneller oploopt.

Wat is gunstiger, wel of geen loonheffingskorting?

Dat hangt af van je inkomensplaatje. Met één inkomen is toepassen gunstiger, omdat je netto meer overhoudt zonder risico. Met meerdere inkomens is het slimst de korting bij het hoogste inkomen te concentreren; wie liever zekerheid wil, zet de korting uit en ontvangt een teruggave bij de aangifte.

Wie helpt werkgevers om loonheffingsfouten te voorkomen?

Een specialist in loonheffingen en salarisadministratie. Wesselman richt de salarissoftware in op de actuele bedragen van 2026 en bouwt een onboardingvraag in over nevenwerk, zodat de loonheffingskorting bij de juiste medewerker staat. Voor mkb- en familiebedrijven in Eindhoven, Helmond en Veldhoven combineert het kantoor dit met fiscaal advies, zodat loonstrook en aangifte op elkaar aansluiten.

Hoeveel procent van je salaris is loonheffing?

Dat verschilt per inkomenshoogte en schijf. De loonheffing combineert loonbelasting en premies volksverzekeringen, en het tarief loopt op naarmate je meer verdient. Voor 2026 is de inflatiecorrectie maar deels toegepast, circa 1,53% in plaats van 2,9%, waardoor de schijven minder opschuiven en je effectief iets meer betaalt; de exacte percentages staan in het Handboek Loonheffingen 2026.

Conclusie

De loonheffingskorting is geen automatische winst, maar een keuze die past bij je totale inkomen. Met één inkomstenbron onder de afbouwgrens is toepassen logisch. Heb je meerdere banen, AOW met pensioen, of als dga salaris naast box 2- en box 3-inkomen, dan draait het om afstemmen: de korting bij de hoogste bron, en bewust omgaan met de afbouw boven € 29.736.

Voor werkgevers ligt de winst in het proces. Een vaste vraag bij onboarding, een jaarlijkse check in januari en software die op de bedragen van 2026 staat, dekken het grootste deel van het risico af. Wie loonheffingen en aangifte inkomstenbelasting op elkaar laat aansluiten, voorkomt dat een gunstige loonstrook later een vervelende aanslag wordt. Of je nu in Eindhoven, Helmond of Veldhoven onderneemt: Wesselman denkt hierin mee, met de regelgeving als uitgangspunt in plaats van als sluitstuk.

Hulp nodig bij overname, opvolging of fiscale compliance?

Stel je vraag
Artikel gemaakt met Launchmind