Header OverviewPage
Blog

Schijnzelfstandigheid bij zzp'ers voorkomen: dit moet je regelen

August 22, 2026 · Mariëlle Scheepens - van den Boom
Sinds de opheffing van het handhavingsmoratorium en de komst van het rechtsvermoeden bij een uurtarief tot 38 euro ligt het risico bij de opdrachtgever. Dit artikel zet op een rij welke drie routes mkb-bedrijven hebben bij de inzet van zelfstandigen, wat elke route kost en welke dossierstukken de Belastingdienst bij een boekenonderzoek daadwerkelijk opvraagt.
Blog

Direct antwoord

Wesselman helpt mkb- en familiebedrijven bij compliancevraagstukken zoals schijnzelfstandigheid: leg per opdracht vast dat er geen gezagsverhouding is, dat de zelfstandige ondernemersrisico draagt en dat het werk niet identiek is aan dat van eigen personeel. Sinds 2025 moet je dit ook in de praktijk kunnen aantonen, want de Belastingdienst beoordeelt de feitelijke situatie en niet alleen de tekst van het contract.

schijnzelfstandigheid zzp werkgevers: Schijnzelfstandigheid bij zzp'ers voorkomen: dit moet je regelen
  • Het handhavingsmoratorium op de Wet DBA verviel per 1 januari 2025: naheffingen en correctieverplichtingen zijn weer normaal mogelijk
  • In 2026 geen verzuimboetes, maar wel vergrijpboetes bij opzet of grove schuld
  • Bij een uurtarief onder de 38 euro geldt straks een rechtsvermoeden van werknemerschap, waarbij jij als opdrachtgever het tegendeel moet bewijzen
  • Controles starten doorgaans met een bedrijfsbezoek, waarna een boekenonderzoek kan volgen
  • Drie routes: zelfstandige met dossier, uitzenden of payrolling, of gewoon een arbeidsovereenkomst

Schijnzelfstandigheid zzp werkgevers: waarom loopt de opdrachtgever nu het risico en niet de zzp'er?

Wesselman ziet bij mkb- en familiebedrijven een terugkerend beeld: de zelfstandige werkt er al vier jaar, doet hetzelfde werk als twee vaste collega's, factureert maandelijks een vast bedrag en niemand heeft ooit een opdrachtovereenkomst getekend. Zolang de Belastingdienst niet handhaafde, viel dat niemand op. Dat schild is weg.

De kern van schijnzelfstandigheid bij zzp'ers voor werkgevers: als de fiscus de arbeidsrelatie herkwalificeert, ligt de rekening bij jou. Loonheffingen, premies werknemersverzekeringen en eventueel de inkomensafhankelijke bijdrage Zvw worden nageheven bij de opdrachtgever, niet bij de zelfstandige. Met ingang van 1 januari 2025 gelden voor de Belastingdienst weer de normale regels voor het opleggen van correctieverplichtingen, naheffingsaanslagen en boetes bij de kwalificatie van de arbeidsrelatie, met een terugkijktermijn tot maximaal vijf jaar bij regulier onderzoek.

De cijfers laten zien dat dit geen theoretisch risico is. Volgens het CBS daalde het aantal zzp'ers in 2025 met 62.000 naar ongeveer 1,2 miljoen, de eerste daling sinds het begin van de meting in 2013. Het CBS legt daarbij expliciet de link met de aangescherpte handhaving. Opdrachtgevers stopten dus massaal met constructies waar ze jarenlang mee wegkwamen.

Hoe controleert de Belastingdienst schijnzelfstandigheid in 2026?

Een controle op arbeidsrelaties begint vrijwel altijd met een bedrijfsbezoek, waarna de inspecteur besluit of een boekenonderzoek volgt. Dat onderscheid is belangrijk, want een bedrijfsbezoek voelt informeel en veel ondernemers onderschatten wat er daarna gebeurt.

Wat er tot nu toe is gecontroleerd

Tot en met oktober 2025 rapporteerde het kabinet volgens De Zaak 842 bedrijfsbezoeken en 237 boekenonderzoeken op het gebied van arbeidsrelaties. Grofweg een op de vier bezoeken leidde dus tot een diepgaander onderzoek. Naheffingen over 2025 en 2026 zijn daarbij mogelijk.

Het boeteregime is in 2026 verschoven

De zogenoemde zachte landing is deels verlengd, maar niet volledig. Volgens Salaris Vanmorgen legt de Belastingdienst in 2026 nog geen verzuimboetes op, maar kunnen vanaf 1 januari 2026 wel vergrijpboetes worden opgelegd bij opzet of grove schuld. Dat verschil is groot. Een verzuimboete is een vinkje dat je iets bent vergeten. Een vergrijpboete veronderstelt dat je wist of had moeten weten dat de constructie niet klopte, en kan oplopen tot een aanzienlijk deel van de nageheven bedragen.

Wat betekent dat praktisch? Een ondernemer die na een eerdere waarschuwing niets veranderde, staat er slechter voor dan een ondernemer die zijn dossier op orde bracht. Documentatie is in dit regime niet alleen bewijs van naleving, het is ook je verweer tegen het verwijt van opzet.

Checklist:

  • Leg per zelfstandige vast: opdrachtovereenkomst, KvK-uittrekking, bewijs van meerdere opdrachtgevers, eigen aansprakelijkheidsverzekering
  • Controleer of facturen variëren in uren of resultaat; een identiek maandbedrag zonder onderbouwing valt op bij een boekenonderzoek
  • Ga na of de zelfstandige op de interne planning, de bedrijfstelefoonlijst of het personeelsfeest staat: dat zijn signalen van inbedding
  • Bewaar correspondentie waaruit blijkt dat de zelfstandige eigen werktijden en werkwijze bepaalt
  • Documenteer bij elke verlenging opnieuw waarom er geen dienstbetrekking is, in plaats van stilzwijgend door te lopen

Wat betekent het rechtsvermoeden bij een uurtarief tot 38 euro?

Hier verschuift de bewijslast, en dat is de grootste praktische verandering voor het mkb. Een zelfstandige die minder dan ongeveer 38 euro per uur ontvangt, wordt vermoed een arbeidsovereenkomst te hebben. Doet de werkende een beroep op dat vermoeden, dan moet de opdrachtgever aantonen dat er géén arbeidsovereenkomst is.

Het kabinet schrapte in maart 2026 het verduidelijkingsdeel van het wetsvoorstel VBAR wegens onvoldoende draagvlak, maar hield vast aan het rechtsvermoeden. Volgens de Rijksoverheid geldt daarbij dat opdrachtgevers moeten aantonen dat er geen sprake is van een arbeidsovereenkomst als een beroep op het rechtsvermoeden wordt gedaan. Het gezagscriterium, de vraag waar iedereen in de praktijk over struikelt, schuift door naar de nog uit te werken Zelfstandigenwet.

De Eerste Kamer nam het rechtsvermoeden aan als afgesplitst restant van het oorspronkelijke voorstel. Voor het tarief geldt bovendien dat de indexatie via de cao-loonontwikkeling loopt in plaats van via het wettelijk minimumloon, wat betekent dat het bedrag de komende jaren meebeweegt.

Waar het misgaat in de praktijk

Een contrair punt dat weinig ondernemers meenemen: het rechtsvermoeden is weerlegbaar, maar weerleggen doe je niet met een contract. Je weerlegt het met feiten die je op het moment van de samenwerking hebt vastgelegd, niet achteraf. Wie pas begint met dossieropbouw als de brief van de Belastingdienst op de mat ligt, heeft niets. Dat is precies de reden waarom Wesselman bij inhuurdossiers de vastlegging koppelt aan het moment van contracteren en aan elke verlenging, in plaats van aan een jaarlijkse controle achteraf.

En nog iets: het tarief alleen is geen vrijbrief. Een zelfstandige die 65 euro per uur factureert maar drie jaar lang fulltime onder aansturing van een teamleider werkt, is nog steeds een risico. Het rechtsvermoeden is een ondergrens, geen veilige haven erboven.

Zzp'er, payrolling of vast contract: welke route past bij jouw situatie?

Bij mkb-bedrijven met 20 tot 50 medewerkers komt de afweging vrijwel altijd neer op drie routes. De keuze hangt af van de duur van het werk, de mate van aansturing en hoe erg je hecht aan flexibiliteit.

AspectZelfstandige met dossier (aanpak Wesselman)Uitzenden of payrollingArbeidsovereenkomst
Risico naheffing loonheffingen⚠️ Beperkt bij goed dossier✅ Verlegd naar bureau✅ Nihil
Bewijslast onder 38 euro/uur❌ Ligt bij opdrachtgever✅ Niet van toepassing✅ Niet van toepassing
Kostenopslag t.o.v. bruto loon✅ Geen werkgeverslasten⚠️ Doorgaans 40 tot 70% opslag⚠️ Doorgaans 25 tot 35% lasten
Opzegtermijn / flexibiliteit✅ Contractueel, vaak kort✅ Fasesysteem cao❌ Ontslagbescherming
Administratieve last per persoon⚠️ Dossieropbouw bij elke verlenging✅ Bij bureau⚠️ Loonadministratie
Geschikt bij structureel werk❌ Hoog risico⚠️ Tijdelijk verantwoord✅ Passend

De percentages hierboven zijn indicaties uit de praktijk en verschillen per sector, cao en functieniveau. Vraag bij een bureau altijd de opbouw van de omrekenfactor op.

Wanneer kiezen mkb-bedrijven welke route?

Als vuistregel: is het werk structureel, hoort het tot de kernactiviteit en stuur je de persoon aan zoals je eigen mensen, dan is een arbeidsovereenkomst het eerlijkste antwoord op de vraag. Gaat het om een afgebakend project met een resultaatverplichting, eigen materiaal en een specialisme dat je zelf niet in huis hebt, dan is een zelfstandige verdedigbaar. Zit je ertussenin, bijvoorbeeld bij piekdrukte van drie tot negen maanden, dan verlegt uitzenden of payrolling het risico tegen een opslag.

Voor een goede afweging heb je twee cijfers nodig die veel ondernemers niet paraat hebben: de werkelijke integrale kostprijs per uur van een eigen medewerker (bruto loon plus werkgeverslasten, verlof, verzuim en pensioen) en het effectieve zzp-tarief inclusief niet-declarabele uren. Wie die twee naast elkaar legt, ontdekt vaak dat het verschil kleiner is dan gedacht. Voor bedrijven die hun loonheffingen en werkgeversverplichtingen laten toetsen, is dat meestal de eerste rekensom.

Hoe die kosten zich verhouden tot de bredere administratieve last, komt ook terug in de analyse van wat boekhouding uitbesteden kost voor het mkb in 2026.

Een rekenvoorbeeld

Stel, een directeur van een technisch installatiebedrijf met 35 medewerkers huurt vier zelfstandigen in, elk gemiddeld 30 uur per week tegen ongeveer 35 euro per uur. Dat tarief ligt onder de grens van het rechtsvermoeden. Bij herkwalificatie over twee jaar praat je al snel over een naheffing in de tienduizenden euro's per persoon, exclusief eventuele vergrijpboete en heffingsrente. Wordt één van de vier omgezet naar een vast contract en gaan de andere drie via een uitzendbureau, dan stijgen de directe kosten, maar verdwijnt het grootste deel van het naheffingsrisico. De afweging is dus geen kostenvraag, maar een risicovraag met een prijskaartje.

Checklist:

  • Zet alle ingehuurde zelfstandigen in een overzicht met tarief, startdatum, aantal uren en type werk
  • Markeer iedereen onder de tariefgrens én langer dan zes maanden actief: dat is je risicogroep
  • Bereken per persoon de integrale kostprijs bij een vast contract en vergelijk die met het huidige inhuurtarief
  • Beoordeel per persoon: kernactiviteit of project? Aangestuurd of zelfstandig? Vervangbaar of persoonsgebonden?
  • Bespreek de uitkomst met de zelfstandige zelf, want een gedwongen omzetting zonder overleg kost je vaak de persoon

Hoe leg je de arbeidsrelatie zo vast dat die een boekenonderzoek doorstaat?

De praktische kern: de inspecteur toetst de feitelijke uitvoering. Een modelovereenkomst helpt alleen als het werk er ook naar is. Drie punten wegen doorgaans het zwaarst.

Ondernemersrisico is het eerste. Draagt de zelfstandige het risico van slecht werk, van ziekte, van niet-betaling? Wie doorbetaald wordt bij ziekte, is in de praktijk lastig als ondernemer te verdedigen. Het tweede is vervangbaarheid: mag de zelfstandige zich laten vervangen zonder jouw toestemming, en gebeurt dat ook weleens? Het derde is inbedding in de organisatie. Draagt iemand bedrijfskleding, staat hij op het organogram, heeft hij een leidinggevende? Dan wijst alles richting dienstbetrekking.

De aanpak die in het mkb het beste werkt, koppelt de fiscale toets aan de arbeidsrechtelijke en aan de salarisadministratie. Bij Wesselman zitten die disciplines onder één dak, waardoor een inhuurdossier in één beoordeling langs loonheffingen, arbeidsrecht en administratie gaat in plaats van via drie losse adviseurs. Voor ondernemers in Veldhoven, Eindhoven en Helmond betekent dat in de praktijk één gesprek in plaats van drie.

Wie dit breder wil aanpakken, doet er goed aan de inhuurregels mee te nemen in de bredere personeelsagenda. Zie ook de aanpak voor HR-essentials in groeiende mkb-bedrijven en de update over loontransparantie en loonregels richting 2027.

Veelgestelde vragen

Wat is schijnzelfstandigheid precies?

Schijnzelfstandigheid betekent dat iemand op papier als zelfstandige werkt, terwijl de feitelijke arbeidsrelatie voldoet aan de kenmerken van een dienstbetrekking. De drie toetspunten zijn arbeid, loon en een gezagsverhouding. Als die alle drie aanwezig zijn, kan de Belastingdienst de relatie herkwalificeren, ongeacht wat er in het contract staat. De rekening voor loonheffingen en premies komt dan bij de opdrachtgever te liggen.

Krijg ik in 2026 direct een boete bij schijnzelfstandigheid?

Niet automatisch. In 2026 legt de Belastingdienst nog geen verzuimboetes op, maar sinds 1 januari 2026 zijn vergrijpboetes bij opzet of grove schuld wel mogelijk. Naheffingen en correctieverplichtingen kunnen daarnaast gewoon worden opgelegd, met een terugkijktermijn tot maximaal vijf jaar bij regulier onderzoek. Wie na een eerdere waarschuwing niets aanpast, loopt het grootste risico.

Hoeveel moet ik een zzp'er betalen om buiten het rechtsvermoeden te blijven?

De grens ligt rond de 38 euro per uur (peildatum 1 januari 2026), en dat bedrag wordt geïndexeerd op basis van de cao-loonontwikkeling. Onder die grens kan de werkende zich beroepen op het rechtsvermoeden van werknemerschap en moet jij aantonen dat er geen arbeidsovereenkomst is. Boven de grens vervalt die omgekeerde bewijslast, maar het is geen vrijwaring: bij duidelijk gezag en inbedding blijft herkwalificatie mogelijk.

Welke documenten vraagt de Belastingdienst op bij een controle op arbeidsrelaties?

Doorgaans de opdrachtovereenkomsten, facturen, urenregistraties en interne planningen. Een controle start vaak met een bedrijfsbezoek; tot en met oktober 2025 rapporteerde het kabinet 842 bedrijfsbezoeken en 237 boekenonderzoeken. Zorg dat je per zelfstandige kunt laten zien dat er meerdere opdrachtgevers zijn, dat facturen variëren en dat de werkwijze niet door jou wordt voorgeschreven. Ontbrekende documentatie maakt het lastiger om het verwijt van grove schuld te weerleggen.

Is een modelovereenkomst nog voldoende bescherming?

Nee, niet op zichzelf. De Belastingdienst toetst de feitelijke uitvoering van de arbeidsrelatie, niet alleen de tekst. Een modelovereenkomst die op papier klopt maar in de praktijk anders wordt uitgevoerd, biedt geen bescherming tegen naheffing. Combineer het contract daarom met vastgelegd bewijs van ondernemersrisico, vervangbaarheid en het ontbreken van aansturing.

Conclusie

Het vraagstuk rond schijnzelfstandigheid zzp werkgevers is verschoven van een papieren risico naar een reëel handhavingsrisico met een prijskaartje. Het handhavingsmoratorium is weg, vergrijpboetes zijn sinds 2026 mogelijk en bij een uurtarief onder de 38 euro moet jij als opdrachtgever bewijzen dat er geen dienstbetrekking is.

De route eruit is niet ingewikkeld, maar wel concreet. Breng je inhuurbestand in kaart, markeer iedereen onder de tariefgrens die langer dan een halfjaar meedraait, reken de integrale kostprijs van een vast contract door en kies per persoon bewust tussen zelfstandige, uitzenden of loondienst. Leg die keuze vast op het moment dat je hem maakt, niet als de brief van de fiscus binnen is.

Dat geldt voor bedrijven in Veldhoven net zo goed als elders: de wet is landelijk, alleen de gesprekspartner is lokaal. Wesselman beoordeelt inhuurdossiers in één keer langs loonheffingen, arbeidsrecht en salarisadministratie, zodat de uitkomst voor alle drie klopt.

Hulp nodig bij overname, opvolging of fiscale compliance?

Stel je vraag
Artikel gemaakt met Launchmind